De Zuiderzee

 

Wanneer je eens komt aan de haven,

Dan staan daar vissers bijeen.

De mannen nog over gebleven,

Uit jaren zo heel lang gelee.

Ze praten nog steeds over vroeger,

De jaren van hun Zuiderzee.

Die zee maakt hen soms wel eens droevig,

Om wat hij met hun vrienden dee.

 

Refrein

 

De Zuiderzee, nam vele levens,

De Zuiderzee, gaf veel terug.

De vissers kenden alle tekens,

Wanneer er storm opstak: zag men dat aan de lucht.

Wanneer er storm opstak: zag men dat aan de lucht.

 

Wanneer je eens komt aan de haven,

Stap dan bij een visser aan boord.

Je naam zal hij je meestal niet vragen,

Maar hij neemt dan meestal het woord.

‘t Verhaal gaat nog steeds over vroeger,

De jaren van zijn Zuiderzee,

Die zee maakt hem soms wel eens droevig,

Om wat hij met zijn vrienden dee.

 

Refrein

 

Door armoe gedreven…Bleef men veel te lang op zee.

Veel zijn er gebleven… hun schip ging naar benee.

Veel zijn er gebleven… hun schip ging naar benee.

 

Refrein