|
|
|
Wanneer je eens komt aan de
haven, Dan staan daar vissers bijeen. De mannen nog over gebleven, Uit jaren zo heel lang gelee. Ze praten nog steeds over
vroeger, De jaren van hun Zuiderzee. Die zee maakt hen soms wel
eens droevig, Om wat hij met hun vrienden
dee. Refrein De Zuiderzee, nam vele levens, De Zuiderzee, gaf veel terug. De vissers kenden alle tekens, Wanneer er storm opstak: zag
men dat aan de lucht. Wanneer er storm opstak: zag
men dat aan de lucht. Wanneer je eens komt aan de
haven, Stap dan bij een visser aan
boord. Je naam zal hij je meestal
niet vragen, Maar hij neemt dan meestal het
woord. ‘t Verhaal gaat nog steeds over
vroeger, De jaren van zijn Zuiderzee, Die zee maakt hem soms wel
eens droevig, Om wat hij met zijn vrienden
dee. Refrein Door armoe
gedreven…Bleef men veel te lang op zee. Veel zijn er gebleven…
hun schip ging naar benee. Veel zijn er gebleven…
hun schip ging naar benee. Refrein |