|
|
|
West zuidwest van Ameland daar
ligt een kolkje diep. daar vangt men schol en schellevis, maar mooie meisjes niet. Hoog, hoog, ja hoog, ja hoog,
de ballast die is droog. |
Dit
ballastliedje werd gebruikt bij het laden van de ballast in een leeg schip. Met name bij de bewoners en de schippers van de
waddeneilanden was dit een veel gehoorde shanty. De
beladen schepen gingen bij hoogwater op de rede of ree voor anker zodat ze bij
laagwater kwamen droog te vallen. Dan kon de eilander voerman met zijn paard en
wagen langszij van het schip komen en zo dus de lading, bestemd voor het
eiland, overnemen. Als het schip leeg was en weer wilde
vertrekken, maar de wind haalde wat lelijk door en de schipper vertrouwde het
niet helemaal, dan gingen ze eerst met manden het Wad op, schepten daar zand in
en storten dit als ballast in bepaalde plaatsen in het ruim van het schip. Men
wil beweren dat dit liedje zijn oorsprong heeft op Terschelling maar het was
ook bekend op de andere eilanden. Alleen de uitvoeringen waren dan
verschillend.