|
|
|
|
STÖRTEBEKER De Störtebeker
un Gödeke Micheel, Bet dat et Gott
van Hemmel verdroot, De Störtebeker
reep: “All’ to Hand, Nu lepen
se wi
dull darhenn, In eren bösen
Röver sinn. Bet dat manjem
kreeg faten, Bi’t Hillgeland
in aller Frö, Dar mussen se
dat Haat wull laten. De Bunte
Ko ut Flandern kaam, Dat Rov-Schipp
up de Holen naam, Un stött
et wiss in Stücken. Dat Dolk se
brochten na Hamborg rop, Dar mussen se
den Kopp all
missen. De Drone
de heet Rosenfeld, Haut af so
manken willen Held, Den Kopp
mit köölem Moote, He hatte
angesnoorte Scho, Bet an
sien Enkel stunn he in Bloote. |
STÖRTEBEKER Störtebeker en Godeke Roofden allebei voor een
gelijk deel, Op het water en op het land. Totdat het God tenslotte zo verdroot, Dat ze voor hun schanddaden
maar eens moesten boeten. Störtebeker riep:”Alle hens, De Westzee
is ons goed bekend, Daarheen zullen we varen, Die rijke kooplui van Hamburg Mogen wel goed op hun schepen
passen!” Nu voeren ze daar wel als
dollen, Vol boze
plannen heen, Maar bij Helgoland
werden ze in de vroege morgen
aangevallen En toen was het met ze gebeurd. De Bonte Koe uit Vlaanderen ramde het piratenschip en brak het in stukken. De schavuiten werden naar
Hamburg gebracht, En daar kostte het ze de kop. De beul heette Rosenfeld, Hij had meer met dat bijltje
gehakt. Hij was zo wijs geweest om
zijn schoenen goed dicht te maken, Want hij kwam tot zijn enkels
in het bloed te staan. |
Plattdeutsche Forebitter.
De zeerover Klaus Störtebeker was de Rode Piraat van de
Noordzeekust. Hij werd vermoedelijk rond 1370 geboren.
Voordat
hij en zijn broeders op 21 oktober 1401 op de Grasbrook
in Hamburg werden onthoofd, hebben ze zes jaren lang de Duitse kusten onveilig
gemaakt.
Een
deel van de buit verdeelde hij onder de armen en daarom verwierf hij al snel de
bijnamen ‘Likedeeler’ (gelijkdeler) en ‘Robin Hood van de Noordzee.’
Nadat
de handelsscheepvaart tussen Engeland, Vlaanderen en Helgoland
daardoor gevoelige verliezen heeft moeten incasseren, heeft de stad Hamburg een
vloot uitgezonden om een eind te maken aan de piraten. Op het afgelegen Helgoland vond Störtebeker een
geschikte schuilplaats, wat later menige schatgraver aan het werk heeft gezet.
Echt veilig was de zeerover niet op het afgelegen eiland want in 1401 werd hij
gevangen genomen door Simon van Utrecht, kapitein van een hanze-schip.

Hij
bracht de zeerover naar Hamburg, waar Störtebeker
werd onthoofd.
Volgens de legende had hij met zijn rechters de volgende deal
gesloten: bij de onthoofding zouden zijn mannen naast hem op een rij staan en
die, waarlangs hij zonder hoofd voorbij zou lopen, zouden gespaard blijven.
Men
zegt dat hij 11 van zijn mannen gered heeft, voordat de beul hem liet
struikelen. Grote klasse!
Zijn hoofd werd aan een paal
gespijkerd als afschrikwekkend voorbeeld.
Bouwvakkers vonden zijn schedel in het jaar 1878 terug. Overigens is het niet geheel zeker dat de schedel ook daadwerkelijk van de legendarische
zeerover is. Wetenschappers willen daarom DNA van de schedel vergelijken met
het DNA van mogelijke nakomelingen van Störtebeker.
De schedel belandde nadien in het Museum für Hamburgische Geschichte in
Hamburg, de stad waar ook een standbeeld van Störtebeker
staat.
Op basis van die schedel en met
behulp van computermodellen heeft de Franse deskundige Atelier Daynes zijn gezicht weten te reconstrueren. Störtebeker is getooid met een woeste baard en er ontbreekt
een voortand.