STÖRTEBEKER

STÖRTEBEKER

 

De Störtebeker un Gödeke Micheel,
De roveden beide to lieken Deel,
to Wader und  to Lanne,

Bet dat et Gott van Hemmel verdroot,
dor
mussen se lieden grote Schanne.

 

 

De Störtebeker reep: “Allto Hand,
De Westsee is uns woll bekannt,
Darhenn wüllt wi nu faren,
de riken Kooplüüd von Hamborg
Moten jemmer  Scheep nu waaren.”

 

 

Nu lepen se wi dull darhenn,

In eren bösen Röver sinn.

Bet dat manjem kreeg faten,

Bi’t Hillgeland in aller Frö,

Dar mussen se dat Haat wull laten.

 

 

De Bunte Ko ut Flandern kaam,

Dat Rov-Schipp up de Holen naam,

Un stött et wiss in Stücken.

Dat Dolk se brochten na Hamborg rop,

Dar mussen se den Kopp all missen.

 

 

De Drone de heet Rosenfeld,

Haut af so manken willen Held,

Den Kopp mit köölem Moote,

He hatte angesnoorte Scho,

Bet an sien Enkel stunn he in Bloote.

 

STÖRTEBEKER

 

Störtebeker en Godeke

Roofden allebei voor een gelijk deel,

Op het water en op het land.

Totdat het God tenslotte zo verdroot,

Dat ze voor hun schanddaden maar eens moesten boeten.

 

Störtebeker riep:”Alle hens,

De Westzee is ons goed bekend,

Daarheen zullen we varen,

Die rijke kooplui van Hamburg

Mogen wel goed op hun schepen passen!”

 

 

Nu voeren ze daar wel als dollen,

Vol boze plannen heen,

Maar bij Helgoland werden ze

in de vroege morgen aangevallen

En toen was het met ze gebeurd.

 

 

De Bonte Koe uit Vlaanderen

ramde het piratenschip

en brak het in stukken.

De schavuiten werden naar Hamburg gebracht,

En daar kostte het ze de kop.

 

 

De beul heette Rosenfeld,

Hij had meer met dat bijltje gehakt.

Hij was zo wijs geweest om zijn schoenen goed dicht te maken,

Want hij kwam tot zijn enkels in het bloed te staan.

 

 

Plattdeutsche Forebitter.

 

De zeerover Klaus Störtebeker was de Rode Piraat van de Noordzeekust. Hij werd vermoedelijk rond 1370 geboren.

Voordat hij en zijn broeders op 21 oktober 1401 op de Grasbrook in Hamburg werden onthoofd, hebben ze zes jaren lang de Duitse kusten onveilig gemaakt.

Een deel van de buit verdeelde hij onder de armen en daarom verwierf hij al snel de bijnamen ‘Likedeeler’ (gelijkdeler) en ‘Robin Hood van de Noordzee.’

 

Nadat de handelsscheepvaart tussen Engeland, Vlaanderen en Helgoland daardoor gevoelige verliezen heeft moeten incasseren, heeft de stad Hamburg een vloot uitgezonden om een eind te maken aan de piraten. Op het afgelegen Helgoland vond Störtebeker een geschikte schuilplaats, wat later menige schatgraver aan het werk heeft gezet. Echt veilig was de zeerover niet op het afgelegen eiland want in 1401 werd hij gevangen genomen door Simon van Utrecht, kapitein van een hanze-schip.                                                                      

Hij bracht de zeerover naar Hamburg, waar Störtebeker werd onthoofd.

 

Volgens de legende had hij met zijn rechters de volgende deal gesloten: bij de onthoofding zouden zijn mannen naast hem op een rij staan en die, waarlangs hij zonder hoofd voorbij zou lopen, zouden gespaard blijven.

Men zegt dat hij 11 van zijn mannen gered heeft, voordat de beul hem liet struikelen. Grote klasse!

Zijn hoofd werd aan een paal gespijkerd als afschrikwekkend voorbeeld. 


Bouwvakkers vonden zijn schedel in het jaar 1878 terug. Overigens is het niet geheel zeker dat de schedel ook daadwerkelijk van de legendarische zeerover is. Wetenschappers willen daarom DNA van de schedel vergelijken met het DNA van mogelijke nakomelingen van Störtebeker. De schedel belandde nadien in het Museum für Hamburgische Geschichte in Hamburg, de stad waar ook een standbeeld van Störtebeker staat.
Op basis van die schedel en met behulp van computermodellen heeft de Franse deskundige Atelier Daynes zijn gezicht weten te reconstrueren. Störtebeker is getooid met een woeste baard en er ontbreekt een voortand.