Schwer mit den Schätzen des Orients beladen

Schwer mit den Schätzen des Orients beladen

 

Schwer mit den Schätzen des Orients beladen,
Ziehet ein Schifflein am Horizont dahin.
Sitzen zwei Mädel am Ufer des Meeres,
Flüstert die eine der andern leis ins Ohr:
"Frag doch das Meer,
Ob es Liebe kann scheiden,
Frag doch das Meer,
Ob es Treue brechen kann."

 

 

Schiffe sie fuhren und Schiffe sie kamen;
Einst
kam die Nachricht aus fernem, fremden Land.
Aber es waren nur wenige Zeilen:
Daß
eine andre er auserkoren hat.
"Frag doch das Meer,
Ob es Liebe kann scheiden,
Frag doch das Meer,
Ob
es Treue brechen kann."

 

 

Zwaar beladen met schatten uit de Orient

 

Zwaar beladen met schatten uit de Orient,

Vertrekt een schip aan de horizon.

Twee meisjes zitten aan de oever van de zee,

Het ene meisje fluistert de ander in het oor:

“Vraag toch de zee

Of ze de liefde kan scheiden,

Vraag toch de zee,

Of ze trouw kan verbreken”.

 

 

Schepen voeren weg en schepen kwamen aan,

Eens kwam het bericht uit het verre, vreemde land.

Het waren echter maar een paar regels:

Dat hij een ander had uitverkoren.

“Vraag toch de zee

Of ze de liefde kan scheiden,

Vraag toch de zee,

Of ze trouw kan verbreken”.