|
|
|
Eens per jaar gaan we
vertrekken, met een windvlaag in het zeil Naar de grote wereldzeeën, hakken met de kapersbijl Op een klipper of een
schoener, fel belust op rijke buit Trossen los.. doch met wat
weemoed, varen wij het zeegat uit. Refrein: Maar dan pakt de kok..
Dirk-Janszoon vlug de scheepsharmonica. En hij speelt een vrolijk
walsje, Samba
of een cha-cha-cha cha-cha-cha Oh wat kan die vent toch
spelen, allen zingen met hem mee ‘t Is niet moeilijk te
begrijpen, zo wil iedereen wel graag naar
zee Zeilend over oceanen, turend naar de horizon Achter honderd zeemijl water, is waar onze reis begon Enteren we dan een schuitje, komen eventjes langszij Kapen goud.. rum en kopeken, van een vreemde koopvaardij aan de haven van Marseille, staat een louche bruine kroeg ‘t stikt ‘r van de mooie
wijven, keuze is er dus genoeg voor dit zooitje ongeregeld, is er toch geen mens dat wacht daarom gaan we met het zuipen, door tot midden in de nacht CHA
– CHA – CHA ! |