|
Naar zee |
|
De wind, de wind, de wind, hij
gaat tekeer Hij slaat, hij slaat, hij
slaat, de golven neer En het schip op haar weg naar
die eindloze einder Ze koerst langs haar weg om de
noord Ze klieft door de golven een
reep in de zeilen… Met specerijen aan boord De zee, de zee, de zee, de
branding op Hij bruist, hij stamt de
schouw, de ballast droog Het schip en de steven de
boots geeft het teken Hij brult van de brug door de
wind De zeilen ze ballen de spanten
ze kraken De zee was het schip goed
gezind Hou koers, hou koers, hou koers,
zeil aan de wind Tot dat, tot dat, het schip de
haven vind Nog een reep in de zeilen de
mannen die klimmen Als apen omhoog in het want De stuur staat te turen en brult
naar het voorschip Voorwaar, voorwaar ik zie land Naar huis, naar huis, naar
huis een veilig oord Meer af, meer af, meer af, de
haven poort En we gaan naar de kroegen de
waard vult de glazen Vol blond en wit schuimend
bier En lonkende vrouwen ze geven
ons warmte Tot dat we weg gaan van hier Naar zéé. |