|
It
lot van Tea (Vertaling: Gjalt
Scheepvaart) |
|
|
It lot fan Tea `k Wol it lot fan Tea besjonge. Stoerder fisker
wie der net.
|
Het lot van Tea Ik
wil het lot van Tea bezingen. Stoerder visser was
er niet. Hij
verloor als flinke jongen, aan de Zuiderzee zijn hart. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Daar
over de wilde nerveuze golven, joeg de aak van sterke Tea. En in
stormen en gevaren verdiende hij voor vrouw en kind het brood. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Maar
de nieuwe tijden spraken, het oordeel over de Zuiderzee. Al
zijn macht en ruimte was gebroken, en de Afsluitdijk
kwam gereed. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Ja,
de zee zou het alleen maar weten, en de maan was ruig en rood. Daar
zeilde in de nacht tegemoet, het was de aak van sterke Tea. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. In de
nanacht hebben de stormen, bulderend op de schoorsteen gestaan. Pas
op, zij die over het water dwalen, zijn met man en muis vergaan. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Amper
negen dagen later, spoelde er een mannenlijk, Roeiend
in het wiegend water, tegen het basalt van de
Afsluitdijk. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zing,nu zee, een lied van smarten, aan de dappere visser Tea Aan
de zee gaf hij zijn hart, in de zee vond hij zijn dood. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. Zuiderzee,
jouw schuimende ruimte, ’t is het lied van de
oude tijd. |
De naam
Tea is een afleiding van Teake