|
|
|
Hoor je het ruisen der golven, Hoor je het lied van de zee. Vaar met me mee om de wereld
m’n kind, Kom kus
me en ga met me mee. Vaar met me mee om de wereld
m’n kind, Kom kus
me en ga met me mee. Huilende sirenes, een schip gaat
in zee, En wuivend op de kade huilt
een meisje mee. Haar jongen gaat varen, hij
staat op de brug, Over zes jaren keer ik weer
bij jou terug. Zes jaren verstreken, het
schip kwam nooit weer. Het ging ten onder de matroos
kwam nimmer weer. Het meisje zij wacht nog, haar
hart vol verdriet, En in de verte hoort ze af en
toe dit lied. |