Zeemansliederen oorsprong en geschiedenis
(Bron: Loopend Tuyg)
Wat is er eigenlijk bekend van
de zeemansliederen uit de periode van de 15e tot de 19e eeuw. We komen er voor
het eerst iets over tegen in een manuscript uit de tijd van de Engelse koning Hendrik
de Zesde (1421-1471) over matrozen die bij hun werk zongen.
Deze ballade, die waarschijnlijk de oudste van
Europa is, gaat over een schip met pelgrims dat van Sandwyche,
Wynchelsee en Bristow
(Bristol) onderweg is naar het graf van de Heilige Jacobus in Santiago de Compostella, Spanje.
In het
typische Engels uit de tijd van Chauser beschrijft
deze ballade de dag van vertrek, de verblijven die de pelgrims krijgen
toegewezen, het voedsel, de zeeziekte, een beschrijving van de kapitein en zijn
bemanning en de commando’s die worden gegeven bij het hieuwen van het anker en
het zetten van de zeilen. Ook wordt hier voor de eerste keer melding gemaakt
van een woeste kreet, de ‘hitch’, die
zeelieden vanaf de vroegste tijden hebben gebruikt als ze een lijn moesten
doorhalen.

|
Hendrik VI |
In het
werk van een pater Dominicaan, Felix Fabri uit Ulm, Duitsland die in 1493 aan boord van een Venetiaanse galei naar Palestina voer, wordt voor het eerst
gesproken over gezang hij het doorhalen van het lopend tuig. Later zijn de
zeelieden dit ‘shantying’ gaan noemen. Ook noemt hij
hier al een voorzanger, de latere ‘Shantyman’.
Shantymen worden omschreven als: ‘Zeelieden die tijdens het werk zingen’. En
is er sprake van een beurtzang tussen de man die de orders uitzingt en de rest
die antwoordt.
Een
goede shantyman was zijn gewicht in goud waard
Uit
bovenstaande valt op te maken dat shanty’s in de
eerste plaats een technische functie hadden. Een shanty
is derhalve een arbeidslied en was gebonden aan bepaalde werkzaamheden of
handelingen en dienden ter coördinering van
gezamenlijk verrichte, ritmisch verlopende, fysieke arbeid aan boord van een
schip en bedoeld om de werkzaamheden vlot te laten verlopen.
Tussen
1550 en 1800 lijken zowel de Engelse als de shanty’s
van andere Europese zeelieden totaal van het toneel verdwenen te zijn. Als een van de redenen
wordt gewoonlijk het ronselen (pressganging) van
koopvaardijmensen voor de ‘King’s Navee’
genoemd.
Door
dit gedwongen dienstnemen hij de marine moesten de
koopvaardijschepen door buitenlanders worden bemand die, voor zover bekend, het
shantying niet kenden. Daar komt bij dat bij de
marine zingen hij het werk taboe was. Door de grotere bemanning werden de
werkzaamheden, precies op tijd op commando of met het bootsmansfluitje gedaan.
Tegen
de negentiende eeuw kwam er een kentering en werd de stelregel juist “Grote
schepen, kleine bemanningen” en werd de
shantyman weer belangrijk.
De
eigenlijke bloeitijd van het zeemanslied en de shanty
is de negentiende eeuw. Uit die tijd kennen we de meeste shanties.
|
Haalshanty’s: |
De Haalshanty's waren bedoeld voor het hijsen van de
zeilen, wat in die tijd beslist niet met
een lier
werd gedaan. Nee, alles was puur handwerk |
|
Gangspilshanty’s: |
Shanties die werden gezongen als het anker moest worden omhoog gedraaid. |
|
Ballastshanty’s: |
Deze
werden gezongen als de ballast aan boord werd gebracht. De schepen konden alleen
varen als ze goed zwaar waren. De schepen waren topzwaar en als ze leeg
zouden varen bestond er een grote kans dat het zou kapseizen. Om dit te
voorkomen werd er ballast meegenomen. Een voorbeeld van een ballastshanty is "West-zuid-west". Door het zingen van deze liederen was het een
stuk gemakkelijker om de zware arbeid te verrichten. Iedereen werkte op de
maat van de muziek zodat het werk soepeler verliep. |
|
Pompshanty’s: |
De Pompshanty's waren er voor de mensen die het water
uit het ruim moesten pompen, omdat de houten schepen wel eens wat water
doorlieten. "Fire in the Galley" is zo'n pompshanty. |
|
Forebitters: |
Vrijetijdliedjes. 's Avonds zo tussen 6 en |